De eerste nacht in IJsland is goed verlopen, op de camping waar we gisteren aankwamen regent het en vrij hard ook, dus alles zeiknat in de auto en rijden maar, richting het gebied Myvatn. Gelukkig werkt de airconditioning prima en samen met een beetje warmte van de motor is alles in een mum van tijd droog (behalve de spullen die in tassen en zakken zitten, zoals de tenten). Na nog geen half uur rijden komen we bij onze eerste stop.
Hverir is een vrij kleine site, maar ligt direct naast de Ringweg nr1 op weg naar Myvatn en is okergeel en dus niet te missen. Een werkelijk prachtig geothermisch fotogeniek gebied, (waar je lekker opwarmt, de warmte komt lekker door de dikke zolen van mijn bergschoenen heen, dus vanavond voor mij geen voetenbadje) met bluppende modderpoelen,
zwavelafzettingen
en gaten in de grond waar stoom uitkomt.
Ik kan daar behalve enkele foto’s weinig aan toevoegen.
De volgende stop is Dettifoss en het op enkele honderden meters daarvandaan liggende Selfoss, twee stevige watervallen. Je betreedt deze site vanaf de op ongeveer een kilometer gelegen parkeerplaats, via een bijna maanlandschap (ik zou bijna willen beweren dat hier in 1969 de maanlanding met Niel Armstrong is opgenomen, hahaha). De omgeving is enorm vochtig, de spray van Dettifoss reikt honderden meters ver.
Een stukje stroomopwaarts is dan Selfoss, waar dezelfde hoeveelheid water doorstroomt, maar over een veel grotere breedte en daarvan is de spray minder heftig. Tussen de beide watervallen zie je tussen de stenen veel kleine planten,
waarvan ik de namen niet ken, maar ze zijn mooi.
Na deze twee sites doen we boodschappen en zoeken een camping op, het wordt Heidarbær in Reykjahverfi, tussen Myvatn en Husavik. Morgen schijnt het erg mooi weer te worden en dus gaan we waarschijnlijk naar Husavik op walvissafari. De grotten en rotsformaties van Myvatn moeten dus weer wachten op onze aandacht, maar iets zegt me dat ze niet weg zullen lopen.
Kijk dat zijn platen, mooi hoor.
prachtige foto’s!