Het is vandaag schitterend weer, zonnig, lekker warm en het waait een beetje en rond de middag verlaten we Stokkseyri, waar we twee nachten zijn geweest. Via Selfoss en een lekker ontbijt in de bakkerij aldaar rijden we op de hoofdweg 1 langs de kust, waar de landschappen zich iedere keer afwisselen, richting de grote gletsjers van IJsland. Onderweg passeert (op grote afstand)
het eiland Heimaey, waarvan in januari 1973 de gehele bevolking snel kon worden geëvacueerd, vanwege de uitbarsting van de Eldfjell, omdat toevallig de hele vloot van 60 vissersschepen was binnengebleven voor een storm die een dag ervoor met windkracht 12 over de oceaan raasde.
De eerste gletsjer die langs de route ligt is de beruchte Eyjaflallajökull, maar er zijn aan de hoofdweg geen sporen te ontdekken van de vulkaan-uitbarsting van april 2010, die toen het vliegverkeer boven Europa lamlegde. Mogelijk is er landinwaarts meer te zien, maar inmiddels dringt het besef, dat de reis bijna ten einde is door en hebben we geen tijd de F-wegen te berijden die naar de interessante plaatsen leiden en we rijden door naar Sólheimajökull, één gletsjers die van de vulkaan Katla afkomt. 
De Katla is heel wat groter dan de vulkaan die onder de Eyjaflallajökull ligt en liggen meerdere gletsjers die vanaf deze vulkaan naar beneden komen.
(De legende over de naam van deze vulkaan gaat als volgt: Katla was de naam van een boosaardige werkneemster, een berucht persoon in de wijde omgeving. Ze was in het bezit van een speciale broek, die de eigenschap had dat iedereen die hem aan had eindeloos kon rennen zonder vermoeid te raken. Op een bepaalde dag in de herfst bemerkte Katla dat de herdersjongen Bardi de broek gestolen had om hem te helpen bij het bijeenzoeken van de loslopende schapen in de heuvels. Als straf verdronk Katla hem in een bak met wei. Toen de winter naderde, en de wei begon op te raken, hoorde Katla een stem die haar meedeelde dat Bardi weldra zou verschijnen. Toen Bardi’s geest inderdaad weer opdook, trok Katla haar speciale broek aan, rende de Myrdalsjökull op en wierp zich in een ijsspleet. Deze 5 kilometer lange kloof staat nog steeds bekend als Kötlugjá (Katla’s kloof). Zij is nooit weer gezien. Kort na haar verdwijning kwam de vulkaan onder de gletsjer tot uitbarsting, veroorzaakte daarbij een vloedstroom die over de laag gelegen gebieden kolkte en meerdere nederzettingen verwoestte en de spoelzandvlakte Mýrdalssandur achterliet.)
Het was vanaf de plek waar kon worden geparkeerd een flinke wandeling naar de Sólheimajökull, trouwens de weg naar de parkeerplaats heeft denk ik al menig carterpan gekost, want het best een pittig stukje weg. Na enkele foto’s zoeken we onze volgende overnachtingsplaats “Vik” op, maar de camping vangt nogal veel wind en alles was er erg versleten. We rijden daarom verder over de Mýrdalssandur, die er op sommige plekken opvallend groen
en paars
uitziet. Nu blijkt dat de overheid daar verantwoordelijk voor is, want in 1987 is er een nieuwe weg aangelegd over deze spoelzandvlakte en deze moest regelmatig worden afgesloten vanwege de “wandelende” zandduinen die continue onstonden, door de niet aflatende wind. Men heeft toen een aantal “robuuste” grassen en planten gezaaid, die het zand onder controle moesten brengen. Met name de “Lupines Nootkatensis”
is een opvallend plantje, dat je over héél IJsland tegenkomt en dat ook typerend is voor het land. De plant schijnt zéér taai te zijn en geen mest nodig te hebben, want op wortels leven bacteriën die stikstof uit de lucht omzetten in verbindingen die de plant nodig heeft.
Een stukje verder komen we bij Kirkjubæjarklaustur, waar volgens de beschrijving, bij de camping een natuurlijk zwemwater zou zijn onder een waterval. Nu die waterval was er en de poel was er ook, maar 1cm koud en vol met resten van wasmiddel of iets dergelijk. We hebben wel onze tenten opgeslagen, want je moet tenslotte ergens slapen en het was gelukkig redelijk uit de wind. Die avond, nacht en daaropvolgende ochtend zien we geen enkele beheerder en hebben we dus zonder te betalen gekampeerd, als we de volgende morgen inpakken en verderrijden.