Deze dag zijn we enigszins droog/nat gestart in Patreksfjördur om te beginnen met Látravik (het meest zuidelijke schiereiland van de west-fjorden, een vogelparadijs) te bezoeken. Het eerste object dat je ziet is geen vogel maar een schip! De Gardar B64,
een viskotter uit 1912 (het allereerste IJslandse stalen schip), die tijdens slecht weer in 1981 aan de grond is gelopen en die men daar dus maar heeft laten liggen. Het schip is niet toegankelijk, maar enkele vogels hebben er kennelijk hun nest gebouwd.
Daarna volgt er pakweg 40 km gravelweg, waarlangs ergens halverwege een gewezen museum staat, met o.a. een oude Dakota van de US navy. De eigenaar is 3 jaar geleden overleden en met hem is ook het museum gesloten. De enige activiteit die er nu nog plaatsvindt, is een expositie over het schiereiland en je kan er koffie drinken. Na deze stop rijden we door tot het einde van Látravik waar bij de vuurtoren een parkeerplaats is. De auto zit onder de bagger, net als alle andere voertuigen die er al staan.
De geur van de vogels die daar op de kliffen nestelen komt je meteen tegemoet, zover je kan kijken, kilometers ver, zitten er volgels
op de 40 tot 120 meter hoge rotswand. Er is door iemand een witte krijtlijn getekend, waar je geacht wordt achter te blijven en zo te zien houden de meesten zich daar ook aan. Je kan de vogels hier redelijk dicht benaderen,
waardoor mooie platen redelijk gemakkelijk zijn te maken, mits je een 300mm lens hebt oid.

Een uurtje later gaan we dezelfde weg weer terug om de baai te gaan ronden. Er is geen pompstation in de buurt en het lampje van de reserve-brandstof brandt al een tijdje als we stoppen om onze jerrycans in de tank te legen. Dat kost meer moeite dan verwacht, maar uiteindelijk weten we toch 40 liter in de tank te gooien en met ruim een halve tank gaan we verder. Uiteindelijk bereiken we Reykhólar. Een plaatsje in een geothermisch gebied en we zien inderdaad uit diverse plaatsen de damp spontaan uit de aarde opstijgen. Na enkele boodschappen in de kleinste supermarkt van IJsland te hebben gedaan, eten we staand onder de achterklep van de auto (het regent) en bespreken het doel voor morgen. Dat wordt Hellisandur op Snæfellsness
Wat een mooie foto’s en wat ziet het er gaaf uit daar! Leuk om te zien dat je indianen tentje nog staat hoor, haha 🙂
Ik hou jullie blog goed in de gaten hoor, maar ik wil ook nog alles van jullie zelf horen hoor!
heel veel plezier nog!!
xx Je nichie
(paps en mams zijn een weekendje met de caravan weg, dus ik neem mama haar computer even over, haha 😉 )